8 A) - RECHT ACHTERUIT RIJDEN
8 B) - BOCHT ACHTERUIT RIJDEN
|
|
BIJZONDERE MANOEUVRE: RECHT ACHTERUIT RIJDEN | ||
|
|
WAT (belangrijke stap) |
HOE (kritiek punt) |
MOTIVATIE (waarom) |
|
1 |
Kijken |
Voor |
Mag ik en kan ik recht achteruit rijden? |
|
2 |
Stoppen |
Zoals besproken. Op ± 30 cm van de rijbaankant. Wielen in de rechtuit-stand. |
|
|
3 |
Kijken |
Kijk door je achteruit om een herkenningspunt te vinden. |
Kijk of je overig verkeer voor moet laten gaan (art. 54 RVV) |
|
4 |
Kijken |
Voor, binnenspiegel, buitenspiegel en links naast en rechts naast. |
|
|
5 |
Inschakelen |
Handelingen v.w.b. schakelen reeds besproken met dien verstande, dat de achteruit versnelling nu ingeschakeld wordt. |
|
|
6 |
Wegrijden en met slippende koppeling blijven rijden. |
Achteruit. |
Alleen met slippende koppeling kan je stapvoets rijden, wat voor het achteruit rijden absoluut noodzakelijk is. |
|
7 |
Kijken |
Achter de auto en regelmatig rondom. |
Houdt regelmatig het overige verkeer in de gaten. |
|
8 |
Corrigeren |
Als de auto niet meer de gewenste weg volgt, dan zeer geleidelijk en weinig sturen. |
Niet te grote stuurbewegingen maken, zodat de auto te snel en te veel uit koers gaat. |
|
|
BELANGRIJK! Tijdens de oefening regelmatig rondom blijven kijken. |
|
|
|
|
BOCHT ACHTERUIT NAAR RECHTS |
| |
|
|
WAT (belangrijke stap) |
HOE (kritiek punt) |
MOTIVATIE (waarom) |
|
1 |
Stoppen |
Zoals reeds besproken ± 10 meter na de bocht, op ± 30 cm van de rijbaankant. |
Stoppen zo ruim na de bocht, zodat via de achterruit een herkenningspunt zichtbaar is met de trottoirrand. |
|
2 |
Recht achteruit rijden. |
Zoals reeds gesproken. |
|
|
3 |
Kijken |
Achter de auto |
Herkenningspunt vasthouden tot het verdwijnt. |
|
4 |
Kijken voor het insturen. |
Voor, linker buitenspiegel en links naast. |
De neus van je auto zal bij het insturen van de bocht uitbreken, dus controleer eerst nogmaals of dit alles kan. |
|
5 |
Insturen |
Naar rechts. |
Als trottoirrand weer in de rechter zijruit (achter) verschijnt. |
|
6 |
Kijken |
Rondom. |
Je bent nu op het gevaarlijkste punt van de oefening want je rijdt achteruit naar rechts een kruising op. Controleer dus je omgeving goed. |
|
7 |
Terugsturen. |
Naar links. |
Als je herkenningspunt (trottoirband) weer bijna op zijn plaats is. |
|
8 |
Rustig recht achteruit rijden. |
Tot 10 meter voorbij de bocht. |
|
|
|
BELANGRIJK: Tijdens de oefening regelmatig voor, binnenspiegel, buitenspiegel en over de schouders kijken. |
|
|