11 – KEREN OP EEN NIET TE BREDE RIJBAAN

 

 

 

WAT (belangrijke stap)

HOE (kritiek punt)

MOTIVATIE (waarom)

1

Kijken

Naar verkeerstekens op borden of wegdek.

Naar breedte van de weg en obstakels langs de rijbaan.

Mag ik hier keren?

 

Kan ik hier keren? ± 1,5 maal de wielbasis

2

Stoppen

Zoals reeds besproken

Op ± 15 cm van de rijbaankant.

3

Kijken

Binnenspiegel, voor, buitenspiegel en over beide schouders.

Controleer of je overig verkeer voor moet laten gaan.

4

Wegrijden

Zoals reeds besproken, met dien verstande dat de koppeling slippend moet worden gehouden.

Stapvoets rijden kan alleen op deze wijze worden verkregen.

5

Insturen

Vlot, zodra je rijdt geheel naar links insturen.

Nooit ‘droogsturen’ d.w.z. sturen als je stil staat i.v.m. overmatige slijtage aan banden/stuurinrichting.

6

Kijken

Links en rechts de rijbaan in.

Controle overig verkeer.

7

Terugsturen

Naar rechts als de wielen ca. 0,5 meter van de linker trottoirband zijn verwijderd.

Je treft hiermee alvast voorbereiding voor het sturen als je zo direct achteruit gaat rijden; voordeel is dat je nu nog minder ruimte nodig hebt om te keren.

8

Auto tegen trottoirrand laten rollen

Zeer geleidelijk!

We mogen niet met de auto op het trottoir komen. Denk aan slijtage aan stuurinrichting, wielophanging, banden enz.

9

Kijken

Voor, links naast, rechts naast en achter

Je gaat zo direct achteruit rijden, dus controleer goed of je het overig verkeer voor moet laten gaan.

10

Inschakelen

Achteruit

Pas wanneer je daadwerkelijk achteruit kunt rijden.

11

Stapvoets rijden en vlot sturen

Vlot en geheel naar rechts sturen.

 

12

Terugsturen

Naar links, vlot en zoveel mogelijk als de auto haaks op trottoir staat.

Je treft hiermee alvast voorbereiding voor het sturen als je zo direct achteruit gaan rijden; voordeel is dat je nu nog minder ruimte nodig hebt om te keren.

13

Auto tegen de trottoirrand laten rollen

Zeer geleidelijk!

We mogen niet met de auto op het trottoir komen. Denk aan slijtage…

14

Kijken

Links en rechts naast

Ziet punt 7. Alleen ga je nu vooruit. Je bent nog steeds bezig met de bijzondere manoeuvre!


 

15

Inschakelen

In de 1e versnelling

 

16

Stapvoets rijden en vlot sturen

Vlot en geheel naar links sturen.

 

17

Snelheid aanpassen

Aan overig verkeer

 

 

BELANGRIJK: Je bent bezig met een bijzondere manoeuvre (Art. 54 RVV). De handeling moet vlot en vloeiend verlopen, niet hortend en stotend.