13b – AFSLAAN NAAR LINKS.
|
|
WAT (belangrijke stap) |
HOE (kritiek punt) |
MOTIVATIE (waarom) |
|
1 |
Kijken |
Voor verkeerstekens. Binnenspiegel, buitenspiegel (linker), links naast |
- Mag ik linksaf slaan? - Kan ik linksaf slaan zonder gevaar of hinder voor het overige verkeer? |
|
2 |
Richting aangeven |
Naar links |
Het voornemen om linksaf te slaan moet je tijdig laten zien aan het overige verkeer. |
|
3 |
Voorsorteren |
Mag, het is geen verplichting Als je voorsorteert houdt dan het navolgende in de gaten: 1. Voorsorteren tegen de wegas. 2. Op een eenrichtingsweg geheel naar links opschuiven. 3. Op een gedeeltelijke eenrichtingsweg tegen de wegas. 4. In voorsorteer vakken. |
Als je voorsorteert, geef je het verkeer achter je de gelegenheid om je wat makkelijker in te halen. Je krijgt hier weer te maken met tegenliggers in de vorm van fietsers/bromfietsers en aan hen gelijkgestelde bestuurders. Er wordt nu een scheiding gemaakt voor verkeer in verschillende richtingen. Hiermee verkrijgt men een vlottere doorstroming van het verkeer. Zorg ervoor dat je niet op het laatste moment moet kiezen waar je moet gaan staan. Wees op tijd. |
|
4 |
Snelheid verminderen. |
Remmen, eventueel terugschakelen naar tweede versnelling. |
De tweede versnelling is de ideale versnelling voor het nemen van bochten. Je voorkomt nu dat je de bocht te hard neemt en daardoor gevaar of hinder op het kruispunt veroorzaakt. |
|
5 |
Kijken |
Links, voor, rechts. Over je linkerschouder. Links de weg in. |
- Moet ik voorrang verlenen? - Verleent men mij voorrang? - Controleer of je rechtdoorgaand verkeer voor moet laten gaan (art. 18 RVV) + art. 18 lid 2 kortste bocht voor langste bocht, ook bij fietsers (!) voor moet laten gaan. Bij het linksaf slaan steek je het linker weggedeelte over. Het is van het grootste belang, dat je goed de snelheid van je tegenliggers inschat, zodat je niet voor problemen komt te staan. - Bestuurders die op het kruispunt rechtsaf slaan moet je ook voor laten gaan. - Kijk links de weg in of er geen obstakels zijn waardoor je op het kruispunt stil komt te staan. Kijk goed de weg in die je inslaat i.v.m. inhaalmanoeuvres. |
|
6 |
Insturen |
Naar links |
Op een zodanig tijdstip dat je weer zoveel mogelijk rechts op de ingeslagen weg uitkomt. |
|
7 |
Iets gas geven |
Met rechtervoet, geleidelijk |
Je gaat dan met een trekkende motor door de bocht.[ |
|
8 |
Terugsturen |
Naar rechts, tot de wielen recht zijn. |
Als je niet op tijd terugstuurt, geeft dat een slingerig weggedrag. |
|
9 |
Kijken |
Voor, binnenspiegel, linker buitenspiegel |
Je bent een nieuwe weg ingeslagen, dus controleer goed de situatie voor en achter je. |
|
10 |
Snelheid aanpassen |
Aan overig verkeer |
|