14 - INHALEN BINNEN DE BEBOUWDE KOM

 

 

WAT (belangrijke stap)

HOE (kritiek punt)

MOTIVATIE (waarom)

1

Kijken

Voor, binnenspiegel, linker buitenspiegel, links naast.

Voor: om te kijken of de weg over voldoende afstand vrij  is.

Binnenspiegel: om te kijken of bestuurders achter je niet zijn begonnen om jou in te halen

Linker buitenspiegel: om te kijken of bestuurders jou niet aan het inhalen zijn

Links naast: om de dode hoek schuin links achter de auto te controleren

2

Richting aangeven

Naar links

Hiermee geef je te kennen dat je zo direct gaat opschuiven naar links. UITZONDERING:

Wanneer er een zijstraat links is, geen richting aangeven. Dit zou suggereren dan je linksaf slaat.

3

Inhaalmanoeuvre beginnen

Vlot naar links opschuiven

Het in te halen voertuig zo snel mogelijk inhalen

Hoe korter de inhaalmanoeuvre duurt des te minder gevaar kan hij opleveren voor de medeweggebruiker.

4

Kijken

Evt. rechter spiegel en over rechter schouder

Controleer of je veilig naar rechts kunt verplaatsen.

5

Richting aangeven

Naar rechts

Hiermee geef je te kennen dat je zo direct gaat opschuiven naar rechts.

6

Terugkomen naar rechts.

Vlot doch vloeiend.

Om de juiste plaats op de rijbaan in te nemen.