15/16  - INVOEGEN, RIJDEN, INHALEN, UITRIJDEN OP

     AUTOWEGEN EN AUTOSNELWEGEN

 

INVOEGEN OP EEN AUTO (SNEL)WEG

 

 

WAT (belangrijke stap)

HOE (kritiek punt)

MOTIVATIE (waarom)

1

Herkennen

-          Autoweg

-          autosnelweg

Aan de hand van verkeerstekens kun je het verschil maken tussen de autoweg en de autosnelweg.

De maximum snelheid verschilt.

De minimumsnelheid verschilt.

 

Dit zijn twee belangrijke factoren, tevens kom je op een autosnelweg gaan kruispunten op gelijk niveau tegen, dus het verkeersbeeld zal wat rustiger zijn.

2

Snelheid maken

Zorg dat je in ieder geval de minimumsnelheid aanhoudt, maar probeer met een zodanige snelheid in te voegen, dat je de bestuurders op de hoofdrijbaan niet hindert.

Wees ervan doordrongen dat bestuurders die al op de auto (snel)weg rijden voorrang genieten. Controleer ook zeer goed je ‘dode hoek’ zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

3

Kijken

Binnenspiegel

Buitenspiegel (linker)

Links naast

Je moet je voornemen tot invoegen kenbaar maken aan de bestuurders die al op de auto (snel)weg rijden, maar ook aan bestuurders die eventueel achter je rijden.

4

Richting aangeven

Naar links

 

5

Invoegen

Vlot invoegen, maar geleidelijk naar links.

Vlot invoegen, want de bestuurders achter je willen ook invoegen. Zorg ervoor, dat je vlot invoegt, want voor je het weet rijdt men naast je.

 

BERIJDEN VAN EEN AUTO (SNEL)WEG

 

 

WAT (belangrijke stap)

HOE (kritiek punt)

MOTIVATIE (waarom)

1

Maximumsnelheid

Geleidelijk te regelen

Rijd met een constante snelheid en houd je aan de maximumsnelheid die ter plaatse geldt; dat doen de overige bestuurders ook. Je werkt hierdoor mee aan het verkrijgen van een rustig verkeersbeeld.


 

2

Kijktechniek

Afwisselen ver voor je uit en ca. 3 à 4 auto’s voor je. Niet alleen datgene wat op de rijbaan gebeurt maar ook de omgeving daarvan zoals:

-          vluchtstrook

-          deel van de berm

-          omgeving

-          in/uitvoegstroken

Alleen met deze manier van kijken kun je te allen tijde alert zijn en snel reageren bij onverwachte gebeurtenissen zoals:

-          plotseling remmen voor je

-          mist

-          regen

-          gladheid

-          werk aan de weg

3

Afstand houden

De afstand die je houdt moet je combineren met de snelheid die je rijdt.

Houd voldoende afstand om de auto tot stilstand te kunnen brengen over een afstand waarover de weg vrij en te overzien is.

4

Inhalen

Deze handeling v.w.b. de techniek hetzelfde aanhouden als het links afslaan. Alleen geleidelijk opschuiven naar links.

De kijktechniek en richting aangeven moeten tijdig geschieden. Bij het kijken moet je goed de snelheid van de reeds inhalende bestuurders inschatten.

5

Terugkomen naar rechts

Als dit veilig kan:

-          eerst kijken binnenspiegel, rechterschouder

-          richting aangeven naar rechts

-          rustig naar rechts opschuiven

Je komt pas terug naar rechts als de door jou ingehaalde auto niet meer te dichtbij is. Hiermee voorkom je dat de bestuurder schrikt omdat je in één keer voor zijn neus zit.

 

 

 

 

INHALEN

 

WAT (belangrijke stap)

HOE (kritiek punt)

MOTIVATIE (waarom)

1

Kijken

Voor

Binnenspiegel

Linker buitenspiegel

Links naast

Voor: om te kijken of de weg over voldoende afstand vrij is.

Binnenspiegel: om te kijken of bestuurders achter je niet zijn begonnen om jou in te halen

Linker buitenspiegel: Om te kijken of bestuurders jou niet aan het inhalen zijn.

Links naast: om de dode hoek schuin links achter de auto te controleren.

2

Richting aangeven.

Nar links.

Hiermee geef je te kennen dat je zo direct gaan opschuiven naar  links.

3

Inhaalmanoeuvre beginnen.

Vlot naar links opschuiven.

Het in te halen voertuig zo snel mogelijk inhalen.

Hoe korter de inhaalmanoeuvre duurt des te minder gevaar kan hij opleveren voor de mede weggebruikers.

4

Kijken

Eventueel rechter buitenspiegel en over rechter schouder.

Controleer of je veilig naar rechts kunt verplaatsen.


 

5

Richting aangeven

Naar rechts

Hiermee geef je te kennen dat je zo direct gaan opschuiven naar rechts.

6

Terugkomen naar rechts.

Vlot  en vloeiend

Om e juiste plaats op de rijbaan in te nemen.

 

UITVOEGEN VAN AUTO (SNEL)WEG

 

WAT (belangrijke stap)

HOE (kritiek punt)

MOTIVATIE (waarom)

1

Kijken

Binnenspiegel

Voor

Rechterschouder

Informatie opdoen v.w.b. de situatie achter je.

Kijk voor je naar de borden die richting aangeven, zodat je op tijd kunt gaan rijden waar je moet rijden.

2

Richting aangeven

Naar rechts ca. 300 meter voor de uitvoegstrook begint.

Je maakt je voornemen tot uitvoegen tijdig kenbaar aan de achteropkomende bestuurders.

3

Uitvoegen

Zodra de uitvoegstrook begint, geleidelijk maar vlot opschuiven en de uitvoegstrook volgen.

 

Je geeft hiermee de bestuurders op de auto (snel)weg de gelegenheid om je gemakkelijker in te halen en je mag nu op de uitvoegstrook rustig je snelheid gaan verminderen, daar hinder je nu niemand meer mee.

4

Gedrag op gecombineerde in- en uitvoegstrook.

Als je deze strook blijft volgen, geef je richting aan naar rechts.

 

Als je invoegt geef je tijdig richting aan naar links.

 

Je laat de bestuurders die uitvoegen voorgaan en sluit achter hen aan.

Om duidelijkheid te verschaffen welke richting je gaan volgen.

 

Idem.

 

 

De gedragingen op de in/uitvoegstrook moeten ondergeschikt geplaatst worden aan gedrag op de auto (snel)weg.